Liesbeth van Asten: “Van zelfredzaamheid naar samenredzaamheid”

In 2010 nam Liesbeth van Asten de dappere taak op zich de in financiële crisis verkerende woningcorporatie Rentree uit het slop te halen. En met groot succes. Zoals de slogan van de corporatie luidt, voelt deze directeur-bestuurder zich ‘Thuis in Deventer’. Maar ze voelt zich ook thuis in de Kopgroep van Ruimte voor Ruimdenkers. Samen met haar collega-Kopgroepleden zal Liesbeth de Ruimdenkers richtlijnen geven, en dan vooral toegespitst op de vastgoedsector. Of niet? Ik vraag het haar.

 

Na een woningcorporatie uit een crisis te hebben gered, heb je nu toegezegd aan een nieuwe uitdaging, namelijk een plaats in de Kopgroep van Ruimte voor Ruimdenkers. Wat was jouw eerste reactie toen je werd gevraagd?

“Mijn eerste reactie was: wat goed dat dit van start gaat. Veel vraagstukken waarmee we in de toekomst bezig moeten, vragen namelijk om een net andere kijk en het loslaten van oude patronen hoe wij naar zaken kijken. En ik zie Ruimte voor Ruimdenkers als een initiatief dat vooral dat als startpunt heeft. Daar werd ik gelijk door getriggerd. Ik vind het ook heel leuk dat de provincie er namen aan wil verbinden die daadwerkelijk de boel kunnen opschudden, die gewend zijn op een andere manier naar vraagstukken te kijken en kritische vragen stellen. Want als je zelf heel lang ergens in zit, zie je het soms ook niet meer zo helder.”

 

Veel vraagstukken liggen in de ruimte, maar ook in de vastgoedsector. Annemarie van Gaal gaat ruimdenken over Toekomstbestendig Vastgoed, jij bent directeur van een woningcorporatie. Zullen jouw richtlijnen vooral gericht zijn op vastgoed?

“Nou, het is wat breder, hoor. Als je het snel naar vastgoed trekt, dan kijk je al heel snel naar oplossingen, en daar schuilt volgens mij een groot gevaar in. Daarom is het vooral belangrijk eerst goede vragen te stellen, goed te weten wat blijkbaar je impliciete uitgangspunten zijn en deze ter discussie durven te stellen. Om een voorbeeld te noemen: we zijn nu bezig met de transformatie van de verzorgingsstaat. De verzorgingsstaat ging altijd uit van wat iemand niet kan en hoe wij die persoon kunnen helpen. Een soort slachtofferschap als drijvende kracht. Vervolgens vinden we het ook heel belangrijk dat iedereen altijd op dezelfde manier wordt geholpen. Gelijke monniken, gelijke kappen. Maar kloppen deze uitgangspunten nog wel?  Als we vanuit een ander uitgangspunt starten zoals gezondheid, dan definieer je problemen ook op een andere manier. De centrale vraag wordt dan: hoe creëren wij randvoorwaarden zodat mensen gezond blijven en goed kunnen floreren? Je laat mensen dan ook zelf de dingen oppakken die ze kunnen en willen.”

 

We gaan nu dus van zorg en verzorging door de staat naar gezondheid en zelfredzaamheid. Hoe laat je mensen wennen aan deze transformatie?

“We zullen natuurlijk altijd zorg nodig hebben, en behoefte aan een zorgaanbieder en aan een zorgverzekering. Echter, ik denk dat mensen meer willen en kunnen doen, maar als je het heel lang voor ze hebt opgelost, is terugdraaien erg lastig. Dus twee dingen zijn belangrijk: ten eerste, dingen loslaten hoe ze altijd waren, en ten tweede, zorgen voor goede randvoorwaarden zodat mensen in de mogelijkheid worden gesteld dingen te kunnen en te willen. En dan gaat het niet alleen om de zelfredzaamheid, maar ook een stapje verder naar samenredzaamheid. Dus niet alleen: hoe kun je een individu faciliteren? Maar ook: hoe kun je voor de gemeenschap de juiste randvoorwaarden creëren zodat de gemeenschap kan floreren?”

 

Waar zie jij de kansen liggen voor een florerende gemeenschap?

“Ja, dat vind ik juist een heel aardige insteek van Ruimte voor Ruimdenkers. Hoe kun je een florerende omgeving faciliteren door een ruimtelijke ordening waarbij het gaat over groen in de omgeving, waarbij de mogelijkheid van contacten gemakkelijker gemaakt wordt, die ook qua inrichting veilig is, die bereikbaar voelt, waar mensen uitgedaagd worden te bewegen? Dat zijn allemaal zaken die je ook in een inrichting van de openbare ruimte zou kunnen vertalen.”

 

Ik had echt verwacht dat jij jouw richtlijnen zou focussen op de vastgoedsector. Zo zie je maar weer dat je beter geen aannames kunt doen.

“Wat ik zo belangrijk vind, is dat we niet in de reflex schieten om alle woningen levensloopbestendig te maken. Dat is een hele grote investeringsopgave. Maar voor welk probleem is het levensloopbestendig maken van alle woningen nu de oplossing? Waar zit nou eigenlijk precies het vraagstuk? Wij zijn vooral van betaalbaar wonen, dus wij stellen onszelf de vraag: wat doe je met mensen met een kleine beurs die langer thuis blijven wonen en die vaak niet goed zijn verzekerd? Voordat we vanachter ons bureau al oplossingen gaan bedenken zullen we eerst eens een tiental van onze bewoners die op leeftijd zijn bevragen. Hoe ervaren ze het wonen in hun woning, in hun buurt? Waar zitten hun zorgen? Waar zitten hun vragen? En wat zit daarachter? Natuurlijk snap ik ook dat je je niet helemaal moet laten leiden door wat mensen nu zeggen. Als Henry Ford begin 1900 het aan mensen had gevraagd, dan hadden ze liever een snel paard gewild, en niet een auto. Maar laten we in ieder geval de beleving van het wonen van onze (toekomstige) ouderen nu erbij betrekken.”

 

Als die Ruimdenkers 19 mei tijdens de manifestatie met een oplossing komen, wat gebeurt er dan?

“Als er echt concrete zaken uit naar voren komen, dan kijken we hoe we die gaan inbedden. Eén voorbeeld dat Annemarie van Gaal al aanstipte en waar wij ook op willen letten als wij dat onderzoek doen bij ouderen die nu in onze huurwoningen wonen: klopt het inderdaad dat men wel wil verhuizen maar men dan gelijk veel meer aan huur kwijt is? En is dat dan de reden dat mensen die stap niet maken? Als dat inderdaad over de hele linie zo blijkt te zijn, zullen we daar iets mee moeten. Dan moeten we op zoek gaan naar een andere invulling van huurharmonisatie. Het kan ook zo zijn dat mensen op een bepaalde leeftijd juist niet willen verhuizen en echt heel graag in hun woning en/of buurt blijven. Dan is de vraag: hoe kan er gebleven worden?

En wat ik verder interessant vind: Nederland heeft een groot maatschappelijk middenveld met allemaal instituten, in hoeverre zou er in de toekomst veel meer sociaal ondernemerschap kunnen plaatsvinden? Eigenlijk lijkt dat een beetje op wat Jos de Blok heeft gezegd: ‘Ik ga ervanuit dat ik even helemaal geen organisatie heb en ik mag het helemaal zelf opnieuw vormgeven, wat doe ik dan?’ Op die manier is hij een onderneming begonnen. Ik ben benieuwd of vanuit de Ruimdenkers daar ook nieuwe initiatieven uit voortkomen.”

 

Wil jij ook praktisch aan de slag met Ruimte & Zorg? Dat kan! Kom 19 mei van 12:30 tot 16:00 naar Ruimdenkersmanifestatie in de Hazemeijer in Hengelo. De manifestatie is het slotstuk van het onderzoekende proces en het startsein van de projecten. En jij kunt hierin een rol spelen. Meld je gratis aan via www.ruimtevoorruimdenkers.nl.

 



Plaats een reactie